Skip to main content

Niet met mijn eigen kracht

Hoi, noem me maar Geertje. En dit is mijn verhaal, hoe ik mijn geloof voor God vond.

In het begin van mijn gevangenisstraf was ik nog geen volle gelovige.

Mijn verhaal begint in een gevangenis ergens in dit land. Op mijn afdeling ben ik de enige blanke jongen.

Sociaal gezien voelde ik dat ik hier weinig kans maak om vrienden te maken. Ik was nog zoekend naar mijn geloof en begon de Bijbel te lezen waar ik God en Jezus leerde kennen.

Bij de kerk binnen de PI neem ik actief deel aan de activiteiten van de Geestelijke Verzorging en kreeg ik de kans om mijn woorden in het boek in ‘In de stilte van mijn cel’ te zetten in één van de 150 psalmen.

Ik probeerde vooral de rust te bewaren op de afdeling. Bij ruzie stond ik ertussen, wat altijd risicovol was. Enkelen snapten wat ik probeerde te doen, de rest vond het dom.

Op een dag toen ik ging douchen zag ik dat Gregory en nog 5 andere mannen in de gang stonden. Ik voelde dat er iets onheilspellends in de lucht hing. Toch liep ik door ondanks dat ik voelde dat die groep mannen mij elke stap volgde met hun blik. Na het douchen stapte ik de cabine uit en tot mijn schrik werd ik hard getrapt in mijn knieholte waardoor ik op de grond viel. Vervolgens werd ik door hen in elkaar geslagen.

Mijn douchespullen vlogen over de grond wat ervoor zorgde dat PIW'ers naar de douche toekwamen. Voordat de PIW'ers er waren stopten de mannen met slaan en trappen, dat was het moment dat ik op kon staan.

Één moment dat gevuld was met angst en pijn maar dat was na 5 tellen ook weer weg, en het werd vervangen door een licht gevoel alsof iets mijn lichaam overnam.

Ik keek naar de 6 mannen en sprak de zinnen uit: “Was dit het? Voelen jullie je nu beter? Mag ik nu verder gaan?”

De mannen keken verbaasd… kennelijk hadden zij andere reactie van mij verwacht. Ik verbaasde me ook: zou dit een voorbeeld zijn van de andere wang toekeren?

Vervolgens werden de mannen door de PIW'ers naar de ISO gebracht.

Toen  de ISO-periode voorbij was, kwam één van de betrokken naar mij toe om sorry te zeggen en dat hij grote schuld voelde. Hij voelde mijn moed die dag. Hij zag iets groot in mij die dag. Vandaag, vele maanden later, ben ik nog steeds bevriend met die man. Hij is intussen vrij, heeft nu een vrouw, één kleine en een goede baan. Ook heeft hij zijn hart geopend voor Christus. En ik, … ik ben nog nooit zo trots geweest.

Geertje